vooruit.punt.nl

Langs randen van het zijn
het waken en het dromen
bedwelmd als met zoete wijn
of zacht tot ruste komen
met werkelijke oogopslag
het leven vol omvatten
op klaar lichte zonnige dag
de waarheid te bevatten.

Anderzijds in duistere nacht
geen geluk te aanschouwen
waar men op bevrijding wacht
licht voor nieuw vertrouwen
bevrijdend uit onzekerheid
van levensvreugd gewis
verlossend uit de tweestrijd
wat “’t Tweeduuster” steeds is















Reacties

Slank als een hinde
haar ogen amandelen
bruin geroosterd
haar ravenzwarte haar
tot over de schouders
sensuele mond
steeds gevormd
tot flauwe glimlach
een figuurtje
één en al élégance
bewegingen gracieus
als een hert.

Eva?

Ik weet niet
hoe ze heette
maar voor mij
was ze de eerste vrouw
op aarde
en ik heb haar
nooit weer gezien.

Maar ik ben
Adam dan ook niet.



















Reacties

Zoveel hebben wij vergeten
is uit ons brein gewist
of willen gewoon niet weten
wat vroeger is beslist

tot wij oude gebouwen betreden
die ons naar ’t verleden brengen
en vragen dan naar de reden
dat wij weinig aan vroeger denken

of wij vinden die foto van een vriend
die wij zolang reeds hebben verloren
die achteraf toch niet heeft verdiend
dat wij niets van ons lieten horen

dan denken wij aan verborgen tijden
die wij bewust of onbewust
uit onze gedachten mijden
te gemakkelijk in slaap hebben gesust





Reacties


Nog zie ik voor me die sloot

Die eerste sloot waar ik

Ooit in ben gesprongen

Belandde in de modder tussen kroos

Terwijl links en rechts kikkers zongen

 

Niet verder dan halfweg

Ben ik naar de andere kant gekomen

In het ijskoud drabberig water

Slechts in tweemaal bereikte ik de overkant

In eenmaal lukte me veel later

 

Nu is het slootje gekrompen net als ik

Slechts nog een greppel vol drab en slik

Maar ook nu zal ik de sprong niet wagen

De overkant bereik ik niet in één keer

En in twee keer zal ’t ook wel niet slagen.

Reacties


Schilderij; Hans Versfelt


Nog droom ik als in mijn jonge jaren
dat ik loop door Hollands polderland
door velden met wind door mijn haren
door wereld van boerenstand

wijds en ver waren de luchten
blauw en met wolken bekleed
met vogels in grote vluchten
in de verte het gehucht Muggenbeet

en vredig tussen brede vaarten
lag loom het dromerig vee
als geschilderde ansichtkaarten
in alle rust en vree.












Reacties


‘s Avond allemaal in het ouderlijk huis

met broers en zussen allen samen

genieten van de warmte in midwinternacht

terwijl de storm loeit langs de ramen

de huiskamer zelfs gevuld met olielucht

toen ook blauw van de rook van sigaren

met borrelgeur voor de dames een likeur

 

ik mis ieder jaar dat huis die oude mensen

denk steeds  dat komt niet weer

dat zijn voorbije wensen van vroeger tijd

mijmerend zit ik zo bij de warme haard

hoor weer storm langs de ramen loeien

en ook de deurbel als de kinderen komen.

Ach, veel anders dan vroeger is ’t eigenlijk niet.

Reacties



Hoe dikwijls dwaal ik nog in mijn gedachte

Door ruime polder waar ik ben geboren

Door velden waar ik zwierf in ochtendgloren

De nieuwe dag weer glansrijk op mij wachtte.

 

Dan zie ik witte wolken langs de lucht

Herinner mij de bossen aan de kim

Een verre struik als nevelige schim

En hoor de vogels in hun ochtendvlucht.

 

Nog rijst de zon daar daag’lijks boven velden

En is het gras er nog steeds even groen

Veel heeft door economie moeten ontgelden

 

Het weidse uitzicht is niet meer zoals toen

Met wegen en spoor is het veld doorsneden

De rust van toen behoort nu tot verleden.


Reacties


Vertel mij over dagen blakend in zonneschijn

hoe velden bloeiden vol boterbloem en dotter

de akkers ruisend graan met klaproos als robijn

in sloten, eendenkroos en enkel ook een otter.

 

Het grazig groene gras waar vele koeien weiden

daar boven kievit, tureluur of  een ooievaar

en tussen ’t groen rammelaar die om vrouwtjes strijden

met doodsverachting boksten, rennend achter elkaar

 

de luchten altijd helder blauw, soms wat regen,

en buiten geurde hooi en rook naar verse kruiden

en overal de stilte en rust, zelfs op wegen

zacht hoorde men van ver het carillon soms luiden.

 

Ach, niet dat ik die oude tijd terug zou willen,

 het was niet altijd pais en vree, ook toen had men grillen.

Reacties


Langzaam zak ik weg

in dromen van de tijd

dat is toegestaan

op mijn leeftijd

liefst voor knappende haard

met m’n oude hond

gelegen op m’n voeten

alles nog mogen

en niets meer moeten

 

het fonkelend rood glas

draaiend in mijn handen

wijl in vlammen staren

laat ik gedachten gaan

over voorbije jaren

nog levend in de waan

midden in de tijd te staan

dat wij “piep” waren

tijd aan ons voorbij gegaan.


Reacties (1)


Zoveel hebben wij vergeten

is uit ons brein gewist

of willen gewoon niet weten

wat vroeger is beslist

 

tot wij oude gebouwen betreden

die ons naar ’t verleden brengen

en vragen dan naar de reden

dat wij weinig aan vroeger denken

 

of wij vinden die foto van een vriend

die wij zolang reeds hebben verloren

die achteraf toch niet heeft verdiend

dat wij niets van ons lieten horen

 

dan denken wij aan verborgen tijden

die wij bewust of onbewust

uit onze gedachten mijden

te gemakkelijk in slaap hebben gesust

Reacties
Domeinregistratie en hosting via mijndomein.nl