vooruit.punt.nl

Nog steeds vraag ik me af hoe het kwam dat mijn leraar economie, de hemel hebbe zijn ziel, aan zulke slechte ogen kwam. Elke keer dat hij mij zag zitten in de klas, en hij kon ook slecht om mij heen zien omdat ik op de voorste stoel zat, kreeg hij tranen in de ogen en besloeg zijn bril. Zo ik dus schreef, de hemel hebbe zijn ziel, en niemand misgunde hem dat maar eerder waren er zeer velen die hem  enthousiast de hemel in prezen.

Ach, nou over een dode niets dan goeds uiteraard. Alhoewel…., nou ja als ik zo nog terug denk geloof ik toch wel dat hij het wel goed met ons bedoelde. Al kan ik zo dadelijk niet tot treffende voorbeelden van goede wil bij hem naar voren komen. Maar érgens was het wel een best mannetje. Toch best wel. Uiteindelijk kon de man er ook niets aan doen dat de door hem geadoreerde stof bij ons niet als favoriet onderwerp werd beschouwd.

 O ja, we waren best wel economisch ingesteld. En sommigen onder ons zelfs zo goed in die materie ingewijd dat men hen beter uit handen kon blijven waar het zakelijk inzicht betrof.

Om op onze leraar terug te komen, de huidige economische situatie hebben we beslist niet aan hem te danken. De arme man heeft zich heel wat moeite getroost om ons een verstandig beleid in onze stomme koppen te stampen. Helaas was het ook niet zijn schuld dat hij was gezegend met een verschrikkelijk eentonige saaie stem en (nog al) verschrikkelijk langdradig van uitleg was. Neem daarbij de oninteressante leerstof én het feit dat wij ’s avonds te veel tv keken dus te weinig slaap hadden gehad, vielen wij dan ook steevast tijdens zijn lesuur in slaap.

Op zekere mooie zonnige voorjaarsdag bescheen het zonnetje ons heerlijk in het klaslokaal en leraar X (ik zal zijn naam niet noemen) kwam enthousiast op stoom. De ene economische stelling en uitweiding volgde de ander op. Wij vermaakten ons prima, aangezien hij zo in beslag was genomen door zijn college dat het hem toch niet opviel dat we heerlijk naar dromenland waren afgereisd.

Tot…, hij zich tot mij richtte met de vraag welke belangrijke architect het beursgebouw in Amsterdam had ontworpen. Volkomen overrompeld en de vraag totaal niet gehoord hebbend noemde ik hem de eerst bij mij opkomende naam.  ……… “Phil Bloom?”

 

Even, heel even maar, werd het doodstil in de klas, maar daarna werd het daverend lachsalvo van mijn medeleerlingen ruim overstemd door een stortvloed niet te herhalen woorden van donder en geweld.

 

Terug denkend aan mijn leraar economie kom ik nu toch steeds meer tot de conclusie dat ik eigenlijk verplicht ben hem voor te dragen voor heiligverklaring en overal in elk bank- en beursgebouw een standbeeld van hem te plaatsen compleet met ikoon.

Reacties

In Afrika (Zimbabwe) 4

Dat reizen in Afrika, ook in Zimbabwe, best wel comfortabel kan, bewijst de aanwezigheid van zeer luxueuze touringcars van Grey-hound. Van alle gemakken en comfort voorzien. Het gezelschap verheugde zich er dan ook uitermate op om in één van die bussen naar de Victoriafalls te reizen die dag. Helaas! De bus was er wel, maar de chauffeur had net de avond er voor een behoorlijke fuif gehad en besloot wegens een “Loden hoofd” die dag maar niet te rijden. Mwumba, die het grootste deel van de organisatie nu in handen had genomen, was  in alle staten.

Uiteindelijk kwam één van de beide begeleiders van NP Hwange met de oplossing dat zij ons naar d waterval zouden brengen met de open landrover waarmee ze ons hadden rondgereden. Buwar en Mugana waren vriendelijke en gedienstige jongens, die ook best wel een extraatje konden gebruiken, al deden ze in eerste instantie of ze van geen geld wilden weten. Toch was er gen krachttoer voor nodig hen over de streep te halen. Gelukkig kregen ze van de kampdirectie meteen toestemming. De reis per open landrover mocht an wel niet zo comfortabel zijn als in de Grey-hound, maar toch zeker 3 á 5 keer zo veel te meer als in een Chickenbus.

De lodges bij NP Hwange waren ruim, helder, schoon en vrij lux, die bij Hypocreeck in Umbforutie klein primitief, maar ook schoon. De lodges bij Victoriafalls waren klein, somber en buitengewoon smerig. Dat bleek al toen Peter, de jongste van de blanken, z’n bed iets opzij schoof en daar een 25 cm. lange soort duizendpoot onder vandaan kwam. Uit de hut van Mwumba werd met een forse grauw een 30 cm. lange slang naar buiten gegooid. Overal langs de muren kropen Dikdiks, een soort hagedis, omhoog. Misschien nog helemaal niet zó verkeerd daar ze veel van de grote insecten die er rond vlogen verorberen.

Nadat even alles met kritisch oog was beken besloot men toch langs de waterval te lopen. Dan al niet de grootste waterval, alhoewel heel groot, maar toch waarschijnlijk wel de meest spectaculaire. Dit in het feit gelegen dat de Victoriafall niet van grote hoogte van een berg of rots komt vallen, maar van gelijke hoogte zich in een diepe spelonk stort. Dit gaat ook met zo’n donderend geweld dat Livingstone en zijn mannen schreven dat ze dachten dat er zwaar onweer opkomst was. Deze indruk wordt nog verstevigd doordat er boven de waterval een nevelwolk ontwikkeld, door het grote hoogte verschil, die reeds op 2 ½ km. zichtbaar is. Is dan ook rondom het land dor en droog, in een straal van 1 ½ km. rond de fall is de begroeiing gelijk aan die van een regenwoud. Dit is, samen met het Karibalake, de grootste toeristische trekpleister. Het is er zo druk dat zelfs de wilde dieren daar volkomen aan mensen gewend zijn geraakt en de schuwste soorten antilopen en herten zeer dicht te benaderen zijn.

 Voor dat men in bed kroop werden eerst dekens, lakens, en kussens geïnspecteerd op eventueel ongedierte e werden de duimdikke spinnen die gevonden werden doodgedrukt.

De volgende ochtend zou worden afgereisd naar Mlibitsi bij het Karibalake. Men zou per taxi reizen maar de kampbeheerder, die daar zorg voor zou dragen, beweerde dat er geen taxi beschikbaar was. Máár hij wilde ons zelf wel in zijn luxe auto naar Mlibitsi brengen. Een rit van 5 á 6 uur overigens. De prijs leek de blanken zéér redelijk. Je kon er in het westen nog geen rit van 12 km. in een taxi van betalen. Hun schoonzoon en dochter, die ook in Zimbabwe werkzaam waren voor ontwikkelingshulp, lachten zich overigens later een kriek. Het bedrag wat ze betaalden was +/-  2 maandlonen die de man normaal ontving. Afijn de reis was geriefelijker dan in Chickenbus of open landrover en men had een mens er een gelukkige  dag mee bezorgd in een huurauto.

(Wordt vervolgd)

Reacties

In Afrika (Zimbabwe) 3

 Het was tegen de middag en de reizigers hadden de koffers al weer gepakt. Vandaag zouden de blanken per vliegtuig naar Hwange, een groot nieuw aan te leggen natuurterrein, vliegen vanaf een nationaal vliegveldje (?) bij Mutare.

Ook Mwumba zou mee. Hij diende inmiddels eveneens als tolk tussen de blanken en de plaatselijke bevolking. Hij was beslist niet dom en sprak zelfs vloeiend Engels. Bovendien had hij precies de goede takt om met mensen om te gaan, vriendelijk bescheiden en voorkomend. Hadden de blanken zich voorbereid op opnieuw een slopende reis met een “Chickenbus”, Mwumba regelde met de kampleider van Hypocreeck dat ze met hem mee konden rijden. De man bleek toch naar Nyanga te moeten voor zaken en kwam dan praktisch langs het vliegveldje.

Op de startbaan, meer was ’t niet, aangekomen stond de piloot, een oud militairvliegenier uit Zuid-Afrika, al bij de kist te wachten. “Kist”, die indruk was ook echt het eerste aanblik op wat een vliegtuig moest heten. Toch maakte de vliegenier wel een betrouwbare indruk met zijn spierwitte krulknevel en bolle appelrode wangen met daarboven glinsterende pretoogjes. Die zou echt niet van de grond gaan als hij verwachtte na honderd meter onvrijwillig verticaal terug te keren. Maar ook dat hem de verdere afstand een zorg zou zijn.

Eenmaal in het gevleugeld gevaarte keek de jonge blanke met een bezorgd gezicht naar de vleugel. “Zou dat nietje daar voldoende zijn om de zaak op z’n plaats te houden?”, vroeg hij. “O jawel”, zei de oudere man “dat plakbandje daarnaast versterkt het geheel ook nog wel.” “Ja,” vulde de jongere weer bemoedigd aan “die paperclip daar op het eind lijkt me dan wel wat roestig, maar wel sterk genoeg”. Ze lagen met z’n drieën in een deuk. Mwumba, die hun taal niet verstond, lachte wat verlegen mee.

Toch kwamen ze na een reis van 1½ uur, zij het als een vogel die door de wind af en toe duikvluchten maakte en wat last van bronchiale astma had, veilig in Hwange aan waar een klein bestelbusje dat van tevoren was besproken klaar stond om hen te vervoeren naar het “Nationaal park” zoals hier dit natuurterrein werd genoemd. Mwumba en de personen in het busje begroeten elkaar hartelijk. Ze bleken elkaar goed te kennen. Dus Mwumba bleek wel vaker toeristen door het land te begeleiden. Ook dat was in zijn voordeel.

In Hwange was een hel ander lodgespark dan in Umbforutie. Hier stonden lodges die in een Europees vakantiebungalowpark niet hadden misstaan. Hwange is dan ook helemaal gefinancierd met geld van het WNF en op toerisme ingesteld. Gelukkig op vrij bescheiden schaal, maar toch moest hier op deze manier geld binnenkomen om de natuur in stand te houden.

En werkelijk! Westerlingen kijken hun ogen uit in Hwange. Zóveel dieren in alle soorten en maten zijn daar op vrij korte afstand te zien door de optimale habitat die daar is aangelegd, ondanks dat er nog druk hier en daar aan gewerkt werd.

Op een open Landrover werden de bezoekers rondgereden en als ze iets interessants meenden te zien tikten ze de chauffeur op de schouder en wezen er op. Deze legde dan uit wat het voor dier was of waarom het juist deze gedragingen vertoonde. Erg jammer dat er geen leeuwen en/of leopards in die tijd daar waren te zien. ’t Was in de paartijd en dan hielden ze zich schuil. Overigens, bang voor leeuwen of leopards zijn de inwoners van Zimbabwe niet. Die hebben genoeg wild om te vangen en eten, vooral bavianen zijn een gewilde prooi en die zijn legio aanwezig. Maar leeuwen grijpen ook veel zebra’s die ook beslist niet zeldzaam zijn.

Imponerend zijn de giraffen door hun hoge poten en lange nekken. Alles lijkt veel groter en massaler dan westerlingen in de dierentuin zijn gewend. Misschien is dat ook wel zo door de natuurlijke opgroei en selectie, want reken er maar niet op dat de Afrikaanse natuur voorzichtig met zijn schepselen omgaat.

Overal in N.P. “Hwange” zijn drinkpoelen aangelegd. Wel nodig, want ’t ligt op de grens van Zimbabwe en Botswana pal tegen de Klahari-woestijn, één van de dorste streken van zuidelijk Afrika.

Na vijf dagen in Hwange waar men iedere avond na drukke dagen vol opnamen ’s avonds uitgeteld in bed viel, besloot het gezelschap een dag rust te nemen en daarna door te reizen naar de “Victoriafalls”.  Daarover volgende keer….

(Wordt vervolgd)

Reacties

In Afrika (Zimbabwe) 2

 

Ook Mwumba stapt achter de blanken in de bus. Hij heeft uiteindelijk niet alléén voor hen de ingang vrijgehouden.

In de bus, die ook wel “Chickenbus” wordt genoemd vanwege dat ook kippen, geiten en zelfs biggen meegaan, heerst een ondragelijke stank van dieren en zweet. Ach, als je er een minuut of 2 á 3 inzit ruik je het niet eens meer omdat je zelf hard genoeg door je transpiratie mee stinkt. De temperatuur loopt tot boven de 40 graden op doordat er minimaal 160 mensen in gepropt zijn terwijl voorin een bordje hangt “Maximaal 110 personen”. Maar ja….., de chauffeur hoeft alleen maar het geld af te staan van het maximaal toelaatbare en de rest steekt hij zelf in de zak.

Met een snelheid van zo’n 120 á 130 km. raast de bus over de smalle, veelal onverharde, bospaden en/of langs de diepste ravijnen. Terwijl de chauffeur losjes met één hand aan het stuur constant moppen zit te vertellen. Dat er niet meer ongelukken gebeuren is te danken dat de meeste wegen in Zimbabwe, wat gemotoriseerd verkeer betreft, nagenoeg uitgestorven zijn en ook verder erg stil.

Mwumba heeft zich voorgenomen om het helemaal voor zijn gulle blanke weldoeners op te nemen. Hij pakte een jonger iemand, die op een stoel zat, bij de arm in tilde hem zonder enig pardon en moeite op het gangpad. Daarna beduidde hij de oudere man van de blanken om op de zetel plaats te nemen. De blanken waren met hun drieën, één vrouw één jongere en één oudere man. Zelf loopt hij weer naar voren tot bij de chauffeur en vermaakt zich prima met deze.

Als de blanken uitstappen bij natuurterrein “Hypocreeck” in de regio Umbforutie, stapt hij ook uit en biedt gedienstig aan hun koffers naar de lodges, waar ze overnachten, te brengen. Natuurlijk hoopt hij op een beloning al vraagt hij er absoluut niet om. Mwumba heeft zo ook z’n eigen waardigheid en eergevoel.

Het lodgespark van “Hypocreeck” bestaat eigenlijk niet anders dan uit heel primitieve hutten van 3,5 bij 5 m. met in elk één of twee eenvoudige bedden, een ruwe tafel, twee of drie stoelen en een holle kast. Je betaald er ook praktisch niets voor en de blanken vinden het wel handig als Mwumba een paar dagen met hen meetrekt als hulp. Dus wordt ook voor hem een lodge gehuurd. De lodges staan in groepen rond een gezamenlijke “Douche”, niet meer dan een kleine omheining waarboven aan een koperen buisje een douchekop verbonden naar een “stookplaats” waar het water wordt verwarmd, en verder heerlijk gezond onder de open hemel. Terwijl, als je geluk had, je de toegang kon vergrendelen, anders moest je maar hopen dat niemand ook plannen had de douche te gebruiken. Dat dan ook allemaal onder het toeziend oog van de baviaan. en die op de wanden zaten toe te kijken.

Moest je in de nacht gebruik maken van het toilet, dat ook in het midden van de kring lodges was geplaatst, moest je maar hopen dat je geen leopard (luipaard) of nog erger een nijlpaard (waar “Hypocreeck” naar was genoemd) tegen het lijf liep. Daarom bood Mwumba aan dat als “de nood aan de man kwam” men maar moest fluiten zodat hij kon zorgen dat de kust veilig was. Ónbetaalbaar zo’n man!

Tja…. Hypocreeck, een kleinschalig maar o zo veelzijdig natuur terrein. Geen park want er waren nergens rasters en/of verschillend afdeling voor de dieren. Alles werd enkel door habitatverzorging in stand gehouden. Je keek er als westerling je ogen uit. Allerlei dieren waren er in hun natuurlijke omgeving te zien. Zoals de naam dus al zegt, zeer veel nijlpaarden maar ook krokodillen. En op het droge allerlei soorten antilopen als de spietsbok, de waterbok, de majestueuze elandantilope en de koedoe. Een groot verschil tussen Europa en vele landen en streken in Afrika is, dat als je in Europa een hele dag in de vrije natuur bent weleens enkele stukken wild ziet, als je in Zimbabwe een uurtje buiten bent, zie je wel eens géén wild.

(Wordt vervolgd)

Reacties

      Zoals iedere morgen klokslag zes rijst de zon in alle glorie boven de bergen en uitgestrekte bossen. ’t Is gewoonweg voor ons westerlingen van het noordelijk halfrond onbegrijpelijk hoe snel de temperatuur omhoog kan schieten. Vanaf 26 á 27 graden in de smoorhete nacht stijgt het kwik binnen een klein kwartier naar 33 á 35 graden.

      Bruinbakken in de tropen? Forgot it!!! Je laat het wel je vel aan de meedogenloze koperen ploert prijs te geven, tenzij je van “Hamburgerlook” houdt. En dan wordt je ook nog een aangebrande hamburger ook. Nee, je kruipt zo snel mogelijk in de dekking net als je hier in Nederland doet bij een hoosbui. Meestal zijn de waranda’s gebouwd op de westkant waar je nog relatief vrij koel kunt zitten. Wij westerlingen kunnen ons alleen maar verbazen over het gemak waarmee de geboren Zimbabnezen zich door deze hitte bewegen en werken. Nee, ze zijn beslist niet lui alleen is hun arbeidstempo wel aan het klimaat aangepast evenals hun kleding natuurlijk(?,  hier kom ik nog op terug). En ook hun cultuur en maatschappelijke levensstijl verschilt van nature hemelsbreed met de onze. Tja, wat kun je anders verwachten. En toch zijn er massa’s Europeanen die hun manier van leven maar armoedig, dom en/of achterlijk beschouwen. Maar eeuwen lang zijn ze door westers imperialisme onderdrukt, geknecht en dom gehouden. Ze zijn ook duidelijk niet in staat juiste verantwoordingen op het juiste moment te nemen. De blanken zeiden hen; “Wij zullen wel denken en zeggen wat jullie moeten doen en jullie zijn alleen geschikt om het uit te voeren”. Men zou kunnen stellen dat hen een massaal minderwaardigheidscomplex is aangeleerd.

      Mwumba staat bij een bushalte in de buurt van Bindura, een klein dorp zo’n 80 km. ten westen van Harare. ’t Is een forse man met een heel vriendelijk gezicht. Het wachten is op de bus die plusminus half 10 hier aankomt en passagiers vervoert richting de hoofdstad. Toch is het inmiddels ruim half elf maar alle wachtenden blijven rustig zitten, de meesten in de snikhete zon en enkelen slechts zoeken een schaduwplek, of vermaken zich met één of ander spel. Sommigen hebben kippen bij zich en een haan en hitsen ten vermake de hanen in gevecht tegen elkaar op, dikke weddenschappen afsluitend.

     Mwumba ziet het onverschillig met lichte glimlach aan. Hij heeft meer belangstelling voor enkele blanken die tegen de dorst flesjes cola of bronwater drinken. Zodra één van de blanken aanstalten maakt de lege flesjes in een afvalbak te gooien stapt hij naar voren en houdt vragend, wijzend op de flesjes, z’n hand op. Die flesjes leveren 150 Zimdollar (+/- 8 á 10 eurocent)  statiegeld per stuk op en dat kan hij best gebruiken. Dankbaar met heel z’n rij parelwitte tanden bloot neemt hij zijn cadeau in ontvangst. Op de vraag van de jongen blanke man, die inmiddels ongeduldig begint te worden, wanneer de bus nu eindelijk komt, antwoordt hij; “No whory, just about a minute”.  Vol bewondering kijken de blanken overigens al enige tijd naar hem. Hij mag dan wel een bermuda dragen, maar daarboven draagt hij een lamskin compleet gevoerd met vacht. Tja, kleding heb je toch niet om thuis in de kast te laten hangen? Die draag je, of het er nu weer voor is of niet.

     Twaalf uur! Géén bus! “Waar blijft de bus?”, vragen de blanken zich nu echt zorgen makend. “Oh”, glimlacht Mwumba, “de chauffeur moet ook eten. Als hij uitgegeten is en hij heeft geen behoefte om nog even een tukje te doen, komt de bus vast wel binnen een half uur hier!” Inmiddels zitten er rond de bushalte al wel minstens 20 wachtenden en als de bus eindelij arriveert zit hij reeds meer dan afgeladen vol. Eerst stappen een man of vijf er uit en de hele schare dringt naar de ingang om in te stappen. Dan steekt Mwumba zijn gespierde arm voor de deur en duwt met zijn andere hand de blanken één voor één als eersten naar binnen. Dat is zijn dank voor die paar luttele centen statiegeld.

      (wordt vervolgd)

 

 

 

Reacties

Heerlijke herfst

 

Een middagje heerlijk genoten. Zo even op de fiets naar de bosrand gereden, het stalen ros daar gestald in een schuur van goede kennissen en huppekaté “De paden op, de lanen in!”.

Nou moet u niet dadelijk denken dat ik in uitgestrekte draf door de bossen ren. Nee, kalmpies-an kunnen we ook best een eindje komen. Ik heb alle tijd van de wereld, lekker voordeel van hogere leeftijd, dus waarom haasten?

Volop genietend van alle jonge herfst kenmerken wandel ik al genietend van de eerst herfstgeuren het pad op waar ik al zo dikwijls heb gewandeld. Heel voorzichtig beginnen tere pastelkleurige herfsttinten door het groene lover heen te dringen en hier en daar dwarrelen al de eerste goudkleurige blaadjes naar beneden. Nog (mis)leidt door het zonnige warme weer koert een houtduif boven in een hoge eik. Naar dit warme geluid mag ik altijd graag even stil staan te luisteren. Even verderop begint zelfs een merel te fluiten. Je zou haast gaan geloven dat je door een voorjaarsbos loopt in plaats van de herfst.

Zelfs zo nu en dan vielen teerbleke bundels zacht zonlicht tussen de kruinen van de bomen op d bemoste aarde en lieten schril contrast van het nog steeds helder groen en de eerste “gouden bladdroppen” zien, of trokken grillige sporen over de zandbodem van de laan waar ik liep. Alsof overal stukjes van een grote legpuzzel waren gestrooid.

Op een kruispunt, waar ik een andere richting koos, zaten 4 konijntjes op het pad te spelen.  Even bleef ik doodstil staan om het glimlachend aan te kijken, maar na een halve minuut of zo kregen ze toch argwaan tegen die vreemde figuur. Na even een “kegel” op hun gat met de voorpootjes als schenktuitjes van een theepot naar voren, schoten ze als pijlen de dekking in en waren spoorloos van de wereld verdwenen.

Weer even verderop stond een bankje waar ik besloot om even de oude benen wat rust te geven. Ik keek daar net om een hoek en zag, onder een dikke beuk, een paartje eekhoorntjes druk beukennootjes verzamelen. Een heel vermakelijk gezicht om de “Pluimstaartjes”  zo bezig te zien. Ze “vlogen” a.h.w. langs de stam op en neer. Beneden graaiden ze om het hardst om zoveel mogelijk nootjes te rapen, die ze vervolgens in hun bekjes weer meenamen de boom in naar hun nest om de wintervoorraad op peil te brengen.

Zo hadden ze die middag al wel een heel voorraadje bij elkaar kunnen slepen, ware het niet dat een complete rotte zwijnen ook besloot onder de beuk hun buik te vullen met de nootjes. Het protest vanuit de boom was niet van de lucht. Luid en duidelijk lieten meneer en mevrouw “Pluimstaart” weten niet van deze onbeschofte huisvredebreuk en voedselroof gediend te zijn. De familie Zwijn maakte echter zoveel kabaal met onderling ruziën en smakken dat ze onverstoorbaar doorgingen.

Na alles nog een tijdje te hebben aangezien besloot ik weer op te stappen en maar de weg terug te nemen aangezien het mij verstandiger leek niet langs de zwijnen, waar nog zeer jonge biggen in pyjama tussen liepen, te gaan. De zeugen zouden ter verdediging van hun kroost tot de aanval over kunnen gaan. Bovendien liepen er ook een paar zware jongens van keilers (mannetjes zwijnen) tussen die ook lang niet altijd betrouwbaar zijn.

Nadat ik m’n fiets weer van stal had gehaald om voldaan huiswaarts te keren, was de verrassing van deze dag nog niet van de lucht. Net buiten de bosrand op klein open veld aangekomen zag ik op een meter of 150 á 200 een paartje reeën lopen laveien tegen de achtergrond van het verderop gelegen stukje bos.

Voldaan en vrolijk fluitend reed ik door met brede glimlach elke tegemoetkomer groetend. ’t Werkte merkbaar aanstekelijk, want iedereen groette met een brede glimlach terug.

Kennelijk dachten ze; “Nou, die ouwe heeft het goed naar z’n zin!”.

Gelijk hadden ze, laat ze maar denken…..!

 

Herfstboswandeling  

 

Diep in gedachten dwalend

door het kleurig bos

geniet ik van herfsttinten

en –geuren van aromatisch mos

hoor zacht regendruppels

vallen op het bladtapijt.

 

Onder prachtige wolkformatie

afgewisseld met azuren blauw

zie een schuwe wezel

vluchten over modderig pad

’t mag dan wel geen zomer wezen

maar te genieten is er nog zat.

Reacties

Echo van voorbije dag

 

Eerder gaat het daglicht al weer scheiden en wij schuilen wat vroeger in de huiselijke warmte bij het kunstlicht. Overdenken wat er deze dag is klaar gekomen of juist niet en tot één van de volgende dagen is uitgesteld. Vragen ons bij onszelf af of we terecht met voldoening terug kunnen zien op de resultaten.

Ook wat meer tijd nu om eventuele problemen of inzicht van aanpak met je vrouw of rest van de familie te bespreken. Deze tijd, de herfst, is een goede aanloop periode voor een winter waarin we meer op elkaar zijn aangewezen.

Waarom ik met die “dagbeschouwing” begon? Wel, we kunnen eigenlijk ook de herfst zien als een avond van een dag waarin we de ervaringen en belevenissen van afgelopen voorjaar en zomer nog eens overwegen en voor onszelf toetsen aan plannen en mogelijkheden voor komende perioden.

Stel het voor alsof u op een duin zit uitziende over een rustig zee bij zonsondergang waar de golven spiegelend in het lage zonlicht naar het strand spoelen. Het is alsof het zonlicht van die dag zijn echo weerkaatst vanaf de horizon in alle kleine momenten. Op elk golftopje één geluid welk dan zich in de branding samen duidelijk hoorbaar maken.

 

Lichtend spel

 

Vlammend schijnsel vanaf vroege morgen

over nevel en dauw ontsprongen

in straling en warme gloed

 

bij je weerspiegelende deining over golven

zit ik dromend te staren op het duin

waar water en licht de einder voedt

 

en waar in ritme van een eeuwige zang

de getijden naar de kusten voeren

de stem van het verlangen

 

droom van vele eeuwen een lokkende roep

 

tot het licht ook nu in vlammend schijnsel

langzaam dooft achter de horizon

in schittering van vele kleuren

 

en haar echo keert in golven weerom.

 

 

Reacties

Menselijke wensen

Hoe dikwijls zakken we niet dromerig in een gemakkelijke stoel? Ik wel tenminste, vooral nu in de herfst nu de dagen wat koeler worden.

Lekker onderuit gezakt bij een knapperig vuurtje in de (open)haard. Je voeten op een bankje, of heel onbehoorlijk op tafel, een fonkelend glas rode wijn onder handbereik en een schaaltje met heerlijke hapjes er naast. Ziet u dat al?

Soezend zakt u dan zo weg naar de wereld van tweeduuster, de fantasie in de werkelijkheid. Of u dwaalt af naar idealen die u toch ergens in u overtuiging altijd als (soort) religie bij u draagt. ’t Zijn allemaal u eigen wensen voor uzelf en de wereld rondom u en in z’n geheel rond.

Ergens weet u, bent u overtuigd, dat er zo’n wereld bestaat. Immers als dat niet zo zou zijn, wat is dan de werkelijke waarde en het perspectief waarvoor u in het heden hier op deze wereld met al z’n ellende, oorlogen, ruzie en wat voor narigheid al dan niet, nog leeft? Waarvoor werken we dan voor een toekomst voor het verder voortbestaan van wereld en mensheid?

Ergens moet u wel bekennen dat u dan, bij al deze overwegingen, al helemaal niet zó erg rustig en relaxt in uw gemakkelijke stoel meer zit te soezen. Dat u dan zelfs de neiging krijgt op te springen om u ergens in het strijdgewoel op aarde te gaan werpen.

 Niet doen. Een mens kan nu eenmaal niet alle zorgen op z’n schouders nemen.

Overweeg eens om rustig en kalm op te staan, achter uw p.c. of laptop te gaan zitten en een artikeltje te schrijven over bezinning. U moet maar zo denken, misschien zijn er enkele mensen die net als u onrustig beginnen te worden en komt er, zij het eerst op kleine schaal, toch een roep om verbetering en samenwerking voor vrede en rust. Uiteindelijk maken vele kleintjes ook een grote!

 

Plek om te wensen

 

Ik wil daar zijn

waar geen nacht

de dag opvolgt

geen traan

een lach wegspoelt.

 

Waar geen wolk

de zon verduistert

geen koude

het hart bevriest

en ‘t zijn zalig voelt.

 

Daar waar zon

en maan en

sterren samen

zich vormen tot een boog

van liefde en licht.

 

Waar woorden klinken

die nooit een mens

zullen pijnigen

maar ’t feest vieren

in een mooi gedicht.

 

Egbert Jan van der Scheer

20-03-12

Reacties

Jeugdvergelijk met heden

 

Altijd zullen wij terug kijken in een zekere weemoed naar de tijd dat we jong en levenslustig waren. De herinneringen bij ons blijven dragen hoe onze wereld er toen uitzag. Een zachte weemoed voelen naar hetgeen was maar wat we niet/nooit weer terug zien of beleven.

Alles in de wereld en in de tijd is aan verandering en veroudering onderhevig. Niet altijd een verbetering, in onze ogen tenminste, maar ook lang niet altijd een achteruitgang als we het reële nut van de dingen zo zijn en/of worden maar wíllen zien.

Toch kan soms de persoonlijke ervaring pijnlijk geschokt raken door zaken/veranderingen die ook daadwerkelijk nooit weer teruggedraaid kunnen worden. Of dit nu in gemeenschappelijk belang positief of negatief uitvalt, onze persoonlijke overtuigdheid van vroeger raken we er door kwijt. En altijd zal ons het gevoel van onbehaaglijkheid bij het aanschouwen van deze veranderingen aangrijpen. Het is alsof een basis, die in je jeugd is gevormd, onder je voeten wordt weggeslagen.

Echter moeten we wel beseffen dat latere generaties van onze jeugdherinneringen geen weet hebben tenzij wij het overbrengen in geschrift of op wat voor wijze ook in de geschiedenis. Ook zij krijgen, op hun tijd, met dezelfde gevoelens te maken. Ook daar dienen zij op voorbereid te wezen.

Hoe het ook zij en wij het verleden en heden zelf ervaren en/of ondervinden, te allen tijde zullen wij zowel negatieve als positieve elementen moeten toetsen naar de toekomst om niet in dezelfde fouten te vervallen en juist positieve grondslagen maximaal te benutten.

 

De polder waar ik geboren ben

 

 Een grote vlakte door gras groen gekleurd

doorsneden met brede sloot en heggen

gevuld door klank van vogels die er leggen

langs rand met silhouet van bos opgefleurd

 

bijna nergens was rust zo heerlijk te vinden

ideaal die ruimte van ’t polders land

natuur nog beheerst met boerenverstand

dagen zwierf ik door ’t veld met m’n vrinden

 

slechts zelden ziet men mij er nog toeven

hij ligt daar nog wel als vroeger, de IJsseldijk

schuinover links liggen de Wilsemer hoeven

 

de molen van Zalk als ik naar rechts toe kijk

mijn polder is veranderd met A-vijftig en Hanzelijn

waar vroeger de rust was, zal nooit meer zo zijn.

Reacties
Domeinregistratie en hosting via mijndomein.nl