vooruit.punt.nl


De vlinders hebben nu mijn tuin verlaten

De vogels zingen minder enthousiast

Het terras is leeg waar we ’s zomers zaten

In de lucht meldt zich de gans als wintergast

 

Van de takken dwarrelen nu de bladeren

Als veel kleurige vlinders naar de grond

Of drijven op ’t water alsof ze badderen

Maar zwieren eerst nog op de wind in ’t rond

 

Stil zit ik nog te genieten in de late zon

In de late warme najaarsstralen

Van de rode gloed aan verre horizon

Terwijl mijn gedachten naar ’t verleden dwalen.

Reacties


Veel te snel vertrekken dagen van weleer

En te traag zijn de toekomende tijden

Het valt mij zwaar om tegen tijd te strijden

Afscheid van zomerse dagen  doet mij zeer

 

De dagen korten en soms gaat storm tekeer

Het hemelsblauw  bedekt met grauw der wolken

Die als razenden door het luchtruim kolken

Ach wanneer zien wij de zonneschijn weer

 

Ook herfstdagen kunnen mensen verblijden

Ook dan kan de zon vol glorie aan d’ hemel staan

En ons tot luchtige kleding zal verleiden

 

Terwijl men ’s nachts de hemel vol sterren ziet staan

Dan is het als vertrokken dagen van weleer

En weet je, ach de zomerzon komt heus wel weer.

Reacties (2)


Als doorzichtige tule over weiden

Bestrooid met stralen blinkend goud

Komt vanaf ‘t water zich verbreiden

Vult met zilverstralen ’t schemerwoud

 

Drapeert in plooien verre landerijen

Golvend op een zachte koele wind

Terwijl in bos eerste blaadjes zich vlijen

In warme herfstkleuren reeds getint

 

Overdekt door blauwe hemelboog

Waarlangs de witte wolken zweven

En  vogels stijgen naar omhoog

Al schoonheid wat ons wordt gegeven

 

Waarom zou de herfst somber voelen

Nog fladderen vlinders langs mijn balkon

De temperatuur mag dan wat verkoelen

Nog steeds geniet ik van de najaarszon.

Reacties


De koele bries verandert in storm

En bomen verliezen hun blad

De kruinen veranderen van vorm

Ze hebben hun grootste volume gehad

 

Het smaragdgroen verlaat de velden

Landerijen hullen zich in stemmig bruin

Vogels en vlinders ziet men nog zelden

Slechts weinig bloemen kleuren de tuin

 

Maar straks hult het bos zich in kleur

Met bruin, geel en rode bladeren

Doordrenkt met pikante herfstgeur

Ten teken dat winterse buien naderen

 

En zacht begint vallend blad zijn dans

Al zwaaiend en zwierend en draaiend

Door storm en wind uit de balans

Op stille plek de bodem kleurrijk verfraaiend

Reacties


Waar is de mens die heel de schepping op zich neemt
Schoonheid van bloem veld en bomen kan bewaren
Ja niet van natuur of enig leven vervreemd
Steeds opnieuw werkelijke waarde kan ontwaren

De mens die houdt van vlinder bij en vogelzang
Geniet de geluiden in velden en wouden
Verlaat de stad in vlagen van ontspanningsdrang
Kan van heel de ongerepte schepping houden

De wereld weer in schittering van nieuw leven
Nieuwe geboorte en nieuwe bloei rondom
Genot na lange doodse wintertijd gegeven
Waar vind men schoner tijd, waar vind men meer rijkdom.

Dan schudt de natuur weer haar doodskleed af
Staat op als haar schepper eens uit donker graf











Reacties


Geen dicht kan zich meten
Als ’s avond schemering valt
Zorg der dag wordt vergeten
In de eik het vogellied schalt

De hemel dieper van kleuren
Hier en daar licht een ster
En frisse lenteavondgeuren
Komen met zachte bries van ver.

Heel stil bewonder ik dit allemaal
En als de vogels zwijgen
Klinkt nog het lied der nachtegaal.









Reacties


Ik mis de bloemen, vlinders en bijen
het groene gras in velden en weiden
waar dieren leven groeien en gedijen
de vogels met hun zang mij verblijden.

Ik mis in de tuinen de vrolijke kleuren
van duizend bloemen in velerlei pracht
verlang naar hyacint en rozengeuren
ik voel het gemis omdat ik daarop wacht.

Maar thans geniet ik van ruime velden
van scherp contrast in ’t serene wit
die zuivere puurheid proeft men zelden
als men alleen bij de haard binnen zit.










Reacties


IJzig koude dag vol mist en nevel

somber, uitzichtloos en grauw

de mensen in hun jas gedoken

diep in hun kraag tegen wind en kou

gehaast door bijna stille straten

 

De bomen zijn ontdaan van blad

en staan met takken als geraamten

kleumend langs pad en wegen

huilend door een koude wind

en hun tranen vormen regen.

 

En somber zwijgend spoed ook ik

mij als een schim door ’t grijs

over natte drassige paden

naar beschutting van huis en haard

met zelfbeklag overladen.

Reacties


Als met glinsterende parelen bedekt

en aan iedere tak robijnen

schitterend in zilveren stralen

waar bladeren van goud

nog in kalende kruinen kwijnen

verbonden door tere zilverdraden

zacht wiegen in lauwe bries

 

Loop ik over goudgele loper

beschenen door lichtende ladders

over paden vol herinneringen

en mijmeringen van weleer

waar toekomst dikwijls verblindde.

Reacties


Ik zie een zeil aan verre horizon

en wolken drijven langs azuren blauw

en langzaam stijgt het licht als levensbron

verwarmt de aard en verdrijft de kou.

 

In landerijen vangt de levensvreugd aan

het voorjaar koestert haar kleurig kroost

natuur noodt elk mens naar buiten te gaan

na barre winter biedt lente nu haar troost.

 

Een zachte bries golft nu over het riet

het groeiend gras glanzend als smaragd

doormergeld met meizoen en margriet

op dit seizoen is reeds zolang is gewacht.

Reacties
Domeinregistratie en hosting via mijndomein.nl