vooruit.punt.nl


Ach ’t is zo’n honneponneke van mij. Zo’n vreselijke lieverdje. Iedere dag is ze toch zóóó blij als ze me weer begroet, ze kwispelt bijna d’r staart uit d’r kontje.
En ze houdt zo van lekker eten hè. “Hè heerlijk hippe-de-hippe-de-moppie van me!!”
Ze mag van mij de hele dag in huis in d’r warme mandje bij de kachel liggen. En voor ’t geval dat ze het dan nog koud heeft, heb ik een heerlijk warm jasje voor haar genaaid. Jaaa, ze bibbert ook al zo gouw van de kou.
Ààààch, ’t schatje moet geen verkoudheid of griepje oplopen. Dat zou ik toch zó erg vinden hè.
Echt gezellig hoor, zo’n lief knuffeltje ’s avonds op schoot. Já, is heel wat lichter dan die man van mij en die kan ook nog nooit stil blijven zitten.
Nee geef mij m’n priegel-de-priegel-de-priegeltje maar, die zeurt ook nooit dat de bonbonnetjes die ik hem geef te zoet zijn. Nou ja, een enkele keer laat ze haar voederbrokjes staan, maar dan is ze gewoon op de oude uitgegeten en moet ze een ander smaakje. Da’s toch héél normaal.
Nou ja, m’n man zit wel ’s te klagen dat “die” hond het veel beter heeft dan hij. Moet je nágaan, ’t wordt echt een oude zeur! ’t Wordt tijd dat ik hem maar eens inruil, of ook in een mandje onder tafel leg. Hoeft Tinkelbelletje tenminste ook niet alleen te liggen.
Zijn vanmiddag samen lekker de stad in geweest, Tinkelbelletje en ik. Samen een eetcafeetje in geweest en zij heeft er gesmúld van de frietjes en de frikadel. En nou is ze vanavond misselijk en heeft in de kamer overgegeven. Ààààch, toch zó zíélig!! Maar goed, m’n man ruimt de troep straks wel weer op. Ik heb haar maar lekker warm in haar jasje achter de kachel gelegd nadat ik haar een heerlijk koekje heb gegeven. Já, daar kan ik nou ècht niet tegen als zo’n schatje ziek is hè. Vorige week was m’n man ziek, maar ja die zorgt altijd wel voor zichzelf. Die kruipt vanzelf wel onder de wol al is ’t alleen maar omdat hij lui is. Dat soort weet maar nauwelijks de zorgzame hand van een toegewijde vrouw te waarderen.








Reacties

Al was de zon al een tijdje over z’n zomerstand heen, toch deed het weer nog zomers aan en m’n vriend en ik besloten deze zoele avond nog even aan te grijpen om na het werk nog na te boemelen op een gezellig terras. Geen onplezierig tijdverdrijf daar verschillende jonge dames er nog steeds heerlijk luchtig bijliepen.

Zo onder het genot van een gezellige babbel, en door toedoen van een zich uit de sloffen lopende ober, steeg de temperatuur met de minuut en ook de behoefte aan een koele dronk.

Helaas daalde het “buitenkwik” toch na een uurtje of zo en we besloten van het terras te gaan en daar hij getrouwd is met wat je noemt een super controlfreak van een vrouw moest hij wel naar huis want als hij ook maar een half uurtje te laat voor het maal thuiskwam kon hij gegarandeerd rekenen op een flinke huwelijks crash.

Daar ik nog steeds vrolijk en vrij single ben, besloot ik in mijn eentje binnen in de kroeg nog wat verder te boemelen. ’t Was er nog echt een gezellige drukte aan de bar en ik besloot om nauwkeurig een geschikt plekje uit te kiezen. Naast een schoonheid wiens haar gelijke niet te vinden was, vond ik, na wat druk en duwwerk, nog een plaatsje. Hoewel ik een aimabel gesprekje met haar wilde beginnen, was ik volkomen lucht voor haar. Tot ze op een gegeven moment met haar, oorbel in de vorm van een orchidee, achter haar schouderbandjes bleef haken en een kreetje van pijn slaakte. Galant als ik altijd ben, bood ik haar direct mijn helpende hand en haakte haar schouderbandje handig los zodat tevens de oorbel vrij kwam. Wat mij daarbij opviel was de merkwaardige vorm van haar oorschelp. Het toonde verrassend gelijkenis met een herfstblad.

Nu ben ik een uitgesproken liefhebber van herfst en ik bedacht dat zij dus wel eens van de categorie “Herfsttijloos” zou wezen. Ja, ik had genoeg gedronken om de onzin daarvan niet op te merken.

Sneller dan ik ook maar kon vermoeden kondigde de barkeeper aan dat het sluitingstijd was. Ik wilde naar de uitgang waggelen, maar struikelde over eigen benen. Hoe bevreemdend was het dat mijn bargenote, die toch minstens zoveel gedronken had als ik, nog zo stevig ter been stond dat ze mij bij de arm ondersteunde en mee naar buiten liep.

Met een warme, diepe stem, precies zo ik al van haar verwacht had, zie ze; “Kom vannacht maar met mij mee, dat lijkt mij het beste.”

Beneveld door alcohol bemerkte ik niet dat we niet de stad in liepen, maar de andere kant op het open veld in.

“Hier moeten we zijn,” zei ze, en we stapten binnen door een kogelronde deur. Ik dacht nog; “Hé, dat is ’s weer iets anders dan vierkant.” Na dat ze me in bed had getopt, verdween m’n reddende engel en ik dacht dat ik haar de volgende ochtend wel weer zou zien.

De volgende ochtend werd ik wakker met een “kop van lood” niet in een bed, maar op een kastplank. Maar wat erger leek, met gruwelijke haliculaties. Wat ik daar binnen zag komen was niet mijn wonderschone Orchidee met herfstbladoren, maar in de deur stond een weerzinwekkend monster met een wrattige reptielenkop en het lijf van brontosaurus en gebit van een dinosaurus.

Toch moest het dezelfde zijn als mijn schone aan haar stem te horen.

“Mijn schone echtgenoot, we zullen nog zeker een jaar of 3 op elkaar aangewezen zijn in deze ruimtecapsule, de reis is nog heel lang”.

Die stem….!!! Onmiskenbaar de hare!!!

Reacties


 Wel niet zo’n lange tijd geleden, want ik ben ook nog niet zó oud, maar ik herinner mij nog een magisch schoon maagdekijn. Zij droeg ruisend zijden japonnen en had lange verguld blonde haren.

Já, zó schoon was zij dat alle jonge edellieden haar vol bewondering na floten en bij iedere glimlach die zij hen schonk voelden zij het alsof hun annonces waren bekroond en konden zij hun geluk niet op.

Maar op een dag toen één van hen haar heel beleefd een ring aan bood, lachte zij hem uit en smeed hem een hele kan water in zijn gezicht. De arme jongeling had zo vredig met haar willen samenwonen. Desnoods in een hutje op de hei. Een kinderhand is snel gevuld en dan waren zijn stoutste dromen bekroond. Helaas, nu waren ze met het waswater weggespoeld en zouden waarschijnlijk wel nooit weer terug komen.

Inmiddels waagde de één na de andere jongeling een poging bij de blonde schoonheid  en viel ook de één na de ander door de mand. Echt hoor, die tante was me d’r ééntje zo heb je nog nooit beleefd.

Graag had ik geschreven dat ze uiteindelijk toch met één of andere prins nog lang en gelukkig leefde. Maar nee hoor.

Ze wees gewoonweg iedereen af en op een gegeven moment bleek alle tijd gewoon vervlogen. En wat denk je wel???

Ze trouwde met een ouwe keuterboer!!!!

Reacties

 

Nooit heb ik gedacht dat ik op mijn rijpere jeugdige leeftijd nog eens zo ijverig zou worden in de tuin. Ik ben eerlijk gezegd altijd een tuinhater geweest. Niet dat ik tuinen als zodanig haatte, ik kon best genieten van mooie tuinen die keurig door anderen waren onderhouden. Maar ik had een druk leven op mijn agrarische bedrijf van vee- en paardenfokken, waar het dus juist in de lente een druktepiek was als ook in de tuin volop werk aan de orde kwam.  M.a.w. als de drukte van het bedrijf afnam kwam je in de tuin om in het onkruid.

Met man en macht werd dan het kleine stukje, wat toen tuin heette, bewerkt en uiteindelijk bereikten we dan ook wel het doel wat ons eerst onbereikbaar scheen. Maar daarna begon weer de zomer met zijn drukke hooibouwwerkzaamheden.

Man, om eerlijk te wezen voelde ik me ’s avonds wel eens slap als een dweil. Temeer daar het dikwijls zo warm was dat je rood verbrandde omdat je bescherming tegen de zon was vergeten.

Als enige dorstlesser kwam een glas heerlijk koel water in aanmerking daar je snel had bekeken dat alle andere drankjes, m.n. bier, de kans op vergrote dorst enkel stimuleerden.

 

Nu hebben we wel een tuintje waar we ons meer dan kunnen amuseren. Niet ál te groot, 30 are maar, maar als man en vrouw dapper samenwerkend blijkt een keurig geheel vanaf lente tot herfst beslist niet onbereikbaar en is het geheel zo op het oog best aardig om te zien.

En wat mijn afkeer van tuinieren betreft, die is dan nog wel niet helemaal verdwenen, maar door een positief resultaat krijg ik er toch wel een beetje lol in. Vooral als ik ’s avonds op m’n heerlijk warm terras zit na te geniet, met een koel glas en dit keer geen water, en ik heb zo al mijn mooie bloemen bekeken, wit, geel, blauw en rood geniet ik volop van het leven.

Dan ben ik nog vergeten mijn vijver te noemen waarin de vele vissen in de lente weer helemaal tot leven gaan komen. Dat is een aparte hobby van mij. Ik kan echt van de goudvissen, goudwindes en kooikarpers genieten die bij warm weer hoog boven water uitspringen om vliegjes en mugjes te verschalken. Of naar boven komen zwemmen in het glas, glazenstolp die ik in het water plaats. Bovendien begint tijdens een warme avond een kikkerkoortje te zingen als nachtegalen.

Als dan ook nog eens, maar dat is later in de tijd, de echte nachtegaal in de hoge eik achterin de tuin begint te fluiten denk ik, “Waar kun je beter wonen dan buiten?”

Reacties

Een klein beetje respect s.v.p.

 

Natuurlijk zijn er geen woorden voor de laagheid en wreedheid van de aanslag die gisteren 07-01-2015 in Parijs op het sadistisch dagblad Charlie Hebdo is gepleegd. Welk geschil dan ook tussen mensen en/of groepen van mensen, mag met het wapen op dergelijke laaghartige wijze worden uitgevochten. Wat de rede ook moge zijn, nooit of te nimmer mogen doden de oplossing bieden.

Van welke samenleving ook, de sleutel tot de meest succesvolle is onderling respect en dat houdt in de eerste plaats in dat, dat van beide zijden moet komen. En niet bij het minst of geringste met de wapens klaar staan maar door een mogelijk debat elkaar van fouten overtuigen.

Wat evengoed één van de meest respectloze vormen van benadering is, is wel op afstand elkaar in ieders overtuiging tot in de diepste ziel te treffen veilig, en anoniem, gezeten achter een bureau. Men moet dan wel heel goed doordrongen worden dat actie reactie teweeg brengt.

Wat die terroristen deden is met geen enkele mogelijkheid goed te praten, maar de zgn. “leuke” cartoons van Charlie Hebdo getekend door onprincipiële tekenaars die geen enkel gevoel voor overtuiging kennen, lokt bij mensen van deze oosterse cultuur woede en wraakneiging op.

Ik schrijf dit niet om noch de ene, noch de andere kant vrij te spreken, maar gewoon om eens als volwassen en verstandige mensen in een multinationale samenleving na te denken over oorzaken en gevolgen. En om in het vervolg deze gevolgen gezamenlijk te voorkomen.

 

Respéct!!!   De sleutel voor vrede!

Reacties

Tsja..., ik begin steeds a-politieker te worden. Dat hele stemmen kwam mij reeds 36 jaar goed de STROT UIT na een periode dat ik terzijde in de politiek betrokken was.

 Kijk eens, democratie is de minst slechte regeringsvormen van alle regeringsvormen en in een democratie krijgt  een volk niet de regering die het wil, doch die het verdient.

Nou hebben wij van alle slechte coalities de minst slechte gekozen m.i. en nou vraag ik me dus af hoe weinig slechter de volgende zal wezen. En…, door welke oppositiepartijen deze dan wel gevormd zal moeten worden, aangezien zij vele achteraf zeer goede beslissingen van deze coalitie, ik ben geen fan van hen, in de grond hebben geboord en hoogst waarschijnlijk in een volgende regeerperiode daar hun profijt uit halen of in ieder geval er mee door moeten gaan.

Om op het stemmen terug te komen, het stuit me gruwelijk tegen de borst als ik op een partij stem waarvan ik eventueel (EVENTUEEL!!!) een goed resultaat verwacht en die achteraf, zodra zij in het pluche zitten, de hele zaak maar op z’n beloop laten en de ene blunder trachten te effenen met de ander.

Nee regeren is absoluut geen gemakkelijke zaak tenzij je er met je hart in de eerste plaats instapt en in de tweede, niet onbelangrijker, met een helder verstand en een weloverwogen beargumenteerde  doelstelling. Mijn indruk is dat vele kamerleden hun eigen ego voorop stellen op de voet gevolgd door hun bankrekening.

Ik ben me er volkomen van bewust dat geen land zonder enige vorm van regering kan. Dat zou dan ook een janboel van hier tot ginder worden.

Laten we, zolang we daarvan bewust zijn, dus maar gelaten het hoofd in de schoot leggen en elkaar bemoedigen door, tegen elke logica in, te zeggen;

“ACH KOM, ZÓ SLECHT HEBBEN WIJ HET NOU OOK WEER NIET!”

En dat blijkt dan ook  nog weer de enige waarheid. Dus laten we volgende keer maar weer met frisse tegenzin naar de STEMBUS gaan!

Reacties

 

Nee, ik ben geen uitgesproken romanticus die hoogdravend over liefde schrijft. Niet dat ik van liefde afkerig zou wezen of verachting zou kunnen tonen voor hen die wel zeer hoog over de liefde opgeven. Integendeel! Mensen die hun partner bergen goud en een kasteel met ivoren torens beloven en nog geen hutje van vermolmd hout bieden, kunnen mijn waardering vergeten.

Welke man zou zich nog een kerel kunnen of durven noemen die zijn partner van elke illusie beroofd. Mijn stelling is, beloof liever een knus woninkje met degelijk stenen muren. Waar eventueel tussen de barsten in het steen het welig en wollig mos groeit als natuurlijke decoratie en zachtheid. Het  bewijs dat het leven, net “Yin-yang”, naast de harde kant ook een zachte zijde heeft.

Voor mij persoonlijk behoeft een huis ook niet groot te wezen. Als het maar een vriendelijke knusse uitstraling heeft, liefst met en mooi tuintje, waarin ik mijn oude dag kan slijten en mij van de straat houd.

Nee hoor, als iemand mij om geld of goud zou willen verdient ze echt mijn achting niet. Dus misschien dat ik dan toch nog wel meer romanticus ben dan ik zelf ooit gedacht heb en hecht ik toch meer waarde aan de liefde. Gelukkig ook maar. Stel je voor dat mij dat alles gewoon koud liet. Dan geloof ik dat een gevoel van verachting voor mijzelf zou hebben. Kijk dan ben je een muur , niet van steen, maar van graniet of compacte beton waarop zelfs mos geen enkele mogelijkheid heeft om vat op te krijgen.

Zou dan misschien een hutje van vermolmd hout  en plaggen toch een beter uitgangspunt zijn om te beloven? Dan kan je in ieder geval niet worden verweten dat je koeien met horens van goud hebt beloofd. En slaat verwachting niet om in verachting. Bovendien weet je dan ook zeker dat ze je niet neemt om het geld maar alleen omdat ze je een lieve fijne knappe man vindt.

Als, dus toch wel een beetje romanticus, zie ik alles al zo voor me. Uitziend door de kleine bestofte ruitjes over een paars heideveld en op het gebarsten en bemoste plavuizen paadje zitten we tegenover elkaar aan een wankel oud tafeltje achter een warm bakkie koffie of soep tegen de kou en zeggen; “Ach als je elkaar maar lief hebt. Jij als vrouw en ik als man”. Dat is iets wat ik geloof dat we nooit zullen vergeten. We steken de haard maar niet aan op deze vroeg donkere avond. Dat gaat zo roken en stinken. We duiken samen heel gezellig vroeg in de bedstee in het hoekje van de kamer. Lekker knus. Een zoentje voor elkaar en dan maar snurken dat het dak er van staat te schudden

Ja, want de volgende morgen moeten we weer vroeg uit de veren. Het varken achter de hut en de twee melkgeiten in het weitje naast het huis moeten allemaal nog gevoerd worden.

En dan schrik ik met schok wakker.

“Hé!” roept mijn liefste, “je bent vergeten de wekker op de winterstand te zetten. Als je nu al in je stoel gaat zitten slapen, ben je morgen veel te vroeg wakker.”

Pfffffffff, wat een gezwam en geslijm hè? En dat allemaal om minimaal 500 woorden bij elkaar te verzinnen.

Nee, laat wat mij betreft dat maar aan Dana over. Ik zie liever de mosjes tussen  de stenen groeien

Reacties

De dag dat ik nog jong was is niet zo lang geleden.

Een kleine 24 uur ongeveer.

Ik kan het me zelfs nog herinneren.

Ach d’r is ook nog helemaal niet zoveel veranderd in die tijd.

Zelfs is er geen rimpeltje bijgekomen.

Neu, als ik nu zo in de spiegel kijk ben ik nog steeds even knap.

Laten we eerlijk wezen, ’t had gekker gekund maar dat is ook meestal ’t geval.

Ik ben best heel tevreden over mijzelf en mijn vrouw mag ook nog wel heel trots wezen.

Ik geloof wel dat de tijd aan mij is voorbij gegaan, minimaal een dag of wat.

Wat is wel het geheim van deze eeuwig durende jonge schoonheid.

M.i. zit ‘m dat in het schrijven.

Zolang en zoveel schijven dat iedereen het net zo goed gaat geloven als jezelf.

Ja hoor, ik ben nog écht een piepjong kereltje.

Nog geen haar (dat vooral) ouder dan in lang vervlogen tijd.

Alleen…. de kalender rekt zich steeds uit.

Reacties
Aan de rand van het dorp stopte ik bij de benzine pomp waar ik normaal altijd brandstof tank. Onder het tanken viel mijn oog al op een man een eindje verderop langs de weg die verwoede pogingen deed om automobilisten te verleiden hem een lift te geven.
De man scheen nogal haast te hebben, of hij was erg ongeduldig. In ieder geval liep hij steeds 10 á 20 meter heen en 10 á 20 meter weer terug.
Nadat ik mijn tank had gevuld met benzine en binnen had afgerekend, draaide ik de weg op en stopte voor de liftende persoon. Uiteindelijk ging ik toch de kant uit waar hij kennelijk ook heen wilde.
Vriendelijk wilde ik de deur aan zijn kant openen met de bedoeling om hem te vragen waar en hoever ik hem zou kunnen brengen. Per slot van rekening ben ik altijd al een heel vriendelijk mens geweest.
Helaas scheen de man er heel anders over te denken. Met snelle spurt was hij aan mijn zijde van de auto en met een ruk opende hij mijn portier. Het volgende ogenblik keek ik in de ronde opening van een kanon-op-zakformaat.
“Snél, uitstappen!”, bitste hij mij toe.
Aangezien de man er nu niet bepaald als een uitgesproken grapjas uitzag, leek mij het beste maar te doen wat hij graag scheen te willen.
Eenmaal buiten de auto zei hij op dezelfde toon,
“Mond houden, omkeren en naar de overkant zonder omzien!”
Na goed mijn veiligheidsvoorzorgen te hebben genomen stak ik de drukke verkeersweg over zonder achterom te kijken.
Aan de andere kant gekomen hoorde ik plotseling de motor van mijn auto loeien en wegscheuren.
Gevolgd door gierende remmen en een keiharde doffe, krakende dreun.
Waarschijnlijk had de man de acceleratie van mijn auto eens uit willen proberen en was daarbij vergeten achterom te kijken of daar ook verkeer vandaan kwam.

Afijn…., de benzine had ik betaald.
 
Gedeeltelijk authentiek verhaal uit de jaren '70. Niet autobio.
Lees meer...
Wist je dat in de late avonden
van de gure herfst
de bossen pas echt gaan leven
 
dan komen de aardgeesten
en de mostrollen te voorschijn
door boomkruinen vliegt Dracula
tussen de schaduwen
van donkere bomen
sluipen zijn verslindende honden
huilend om verse prooi
met ijselijk gekreun
zwiert de zwarte ridder
om kantelen van de burcht
op zoek naar schone
jonge maagden met blanke leest
terwijl geesten en trollen
de paden rondom vrijwaren.
 
In het slot knijpen zich de mannen
en de vrouwen zoeken bescherming
dan slaat de torenklok twaalf
en een vreselijke gil
vult het riddervertrek
ieder duikt verschrikt onder de dekens
zoveel mogelijk twee aan twee
-voor veiligheid en bescherming.
 
De troubadour neemt
een zak vol munten in ontvangst
en vertrekt de volgende ochtend
voor dag en dauw voldaan.
Lees meer...
Domeinregistratie en hosting via mijndomein.nl